Diversen

Meta's Tuintobberijen (14)

Psychologie van de tuinier

In hoeverre is optimisme genetisch bepaald? Is het aangeboren of aangeleerd? Wetenschappers zijn het er nog niet over eens. Bij hun onderzoek nemen ze ook gedrag en tijdsbesteding van de optimisten onder de loep. Het moet ze dus opgevallen zijn dat optimisten onder tuiniers bovengemiddeld vertegenwoordigd zijn. Gaan optimisten vanzelf tuinieren of worden tuiniers vanzelf optimistisch? 

Hoe dan ook, tuiniers behoren doorgaans tot het menstype dat Gerrit Komrij eens zo treffend beschreef: ‘Ze lijken ter wereld te komen met het idee dat ze vierentwintig uur per etmaal blije vogels moeten zijn, dat geluk hun standaardinstelling is en dat ze volkomen verdiend zijn beland in de beste van alle werelden.’ Bij deze typering zie ik meteen zo’n tuinier voor me, die zijn tuin heeft opengesteld voor publiek. Stralend staat hij je op te wachten bij het hek. Kom maar gerust verder, dan zal hij je laten zien hoe piekfijn zijn borders erbij liggen. Welgemoed loopt hij voorbij aan de bruine plekken in het gazon, de struik met vorstschade en de afrikaantjes die vloeken naast de theerozen. Liever steekt hij de loftrompet over zijn Zantedeschia aethiopica ‘Avance’. En ziet u wel hoe mooi Diervilla sessilifolia combineert met Bracteantha bracteata? Ach, hij speelt graag met kleuren, dat gaat gewoon vanzelf. Je hebt het of je hebt het niet.

Wat kan eigenroem toch stinken, vooral tussen geurende bloemen. Met een beetje pech lopen er nog andere bezoekers bewonderende kreten te slaken. Jesses. Lof en bewondering zijn toch al zo slaapverwekkend om aan te horen. Geef mij maar de tuinman die de harde werkelijkheid onder ogen durft te zien. Die in bloemrijke bewoordingen spreekt over eindeloos geploeter, vergeefse pogingen en pijnlijke mislukkingen. Maar opgepast. Zo’n man kan ik niet teveel citeren, want voor je het weet word ik uitgemaakt voor pessimist. Daar heb je haar weer met haar onkruid en ongedierte. Met haar doodgevroren struiken en omgewaaide bomen. Die vrouw, die de zon nog niet in het water van haar eigen vijver kan zien schijnen (draadwier...). 

Hoe komt het toch, dat bij dezelfde struik de ene tuinier genotvol rozengeur staat op te snuiven, terwijl de andere onmiddellijk luizen signaleert? Die vraag houdt me hoe langer hoe meer bezig. Hier ligt een compleet onderzoeksterrein braak: de psychologie van de tuinier.
Ik ben me grondig aan het oriënteren. Misschien ga ik wel een nieuwe type tuinboek schrijven, met de psyche van de tuinier als uitgangspunt. Weg met de geijkte indeling van planten op alfabet of werkzaamheden per seizoen. Ik ga eens kijken naar de mens achter de plant. Er zullen vragen aan de orde komen als: wat bezielt de tuinier? Wat is zijn perceptie van de werkelijkheid? Ik denk aan hoofdstukken over de competenties plannen en organiseren en het vermogen te genieten van succes. Over het omgaan met spanningen, het incasseren van teleurstellingen en het herkennen van leermomenten. Over borderlinetypes en hoe ze hun problemen binnen de perken kunnen houden. En op de achterflap een bemoedigende, zelfhulpboekachtige spreuk: ‘Grijp moedig in de doornen, opdat de roos u niet ontgaat.’

Meta Snijders

Naar boven

meer
24
May
Natuurlijk zaaien: Aquilegia ‘Nora Barlow’
23
May
Bericht uit Singapore